|
ZEFKE MOLS
Over de
landloper
die eervol werd begraven
Op 11 juni 1874 wordt Anton
Pieter Joseph geboren, zijn ouders noemden hem
liefdevol Zefke. Wanneer het voor zijn vader
steeds moeilijker werd werk te vinden, vertrekt
het gezin naar Duitsland, waar vader en Zefke
aan de slag gaan als seizoenarbeiders. In de
winter gaat Zefke naar school.
Hij is 34 en
vertegenwoordiger bij een sigaren-fabrikant,
wanneer hij plots wordt opgepakt voor moord en
tot levenslang veroordeeld. Zeven jaren lang zit
hij in eenzame opsluiting in een Duitse
gevangenis.
Dan breekt de Eerste
Wereldoorlog uit en meldt zich bij de Duitse
politie een man die de moord na zeven jaar
bekent. Hij gaat liever naar de gevangenis dan
naar het front.
En Zefke ... die is opeens
vrij. Door de jarenlange eenzame opsluiting is
hij veranderd in een gebroken man. Hij gaat
zwerven en met klusjes verdient hij een
zakcentje.
Landlopen is verboden. In 1922 wordt Zefke
opgepakt en naar Veenhuizen gestuurd. Kort na
zijn vrijlating overkomt het hem nog een keer.
Uiteindelijk keert Zefke
terug naar zijn geliefde Sittard. Met zijn
karakteristieke pijp en colbertje vol met
medailles is hij een geliefde verschijning.
Wanneer Zefke in 1953 overlijdt, wordt hij
eervol door de gemeente begraven en krijgt jaren
later een standbeeld.
---ooo---
Zefke Mols, auwt, gries en
versjleete,
is eine van oos sjtadsprofeete.
Mit zien medaajes oppe boek,
grieze baard en piepke in de mòndj,
löp hae de gansen daag in Zitterd ròndj.
Refrein uit
het lied 'Zefke Mols'
Tekst, muziek en zang: Jo Erens |